|
WATERCHEMIE
Met het houden van een
aquarium zal zeker vaak de beginnende liefhebber geconfronteerd
worden met bepaalde termen over de zo belangrijke waterchemie.
Middels deze informatie kunt U een beter inzicht krijgen in deze
materie.
Onderstaande tabel geeft
gemiddelde waarden weer. Per rivier of meer kunnen de waarden
verschillend zijn. U kunt uw vakhandelaar of de literatuur
raadplegen over de nauwkeurige behoefte van uw vissen. In een
gezelschapsaquarium adviseren wij volgende waterwaarden:
·
pH tussen 7.0 en 7.8
·
GH tussen 8 en 12 ºdGH
·
KH tussen 3 en 5 ºdKH
·
Temperatuur tussen 22 en 25 ºC
|
Gebied |
pH |
GH |
KH |
Specifieke
soorten |
|
Zuid Amerika |
5.5 - 6.5 |
1 - 4 |
1 - 2 |
Zalmen, cichliden,
meervallen |
|
Midden Amerika |
7.0 - 7.5 |
8 - 12 |
4 - 8 |
Cichliden,
levendbarende |
|
Zuidoost Azië |
6.0 - 7.2 |
4 - 7 |
2 - 4 |
Barbeeltjes,
modderkruipers, labyrinthvissen |
|
West Afrika |
6.5 - 7.0 |
1 - 4 |
2 - 4 |
Cichliden,
zalmen, meervallen |
|
Oost Afrika |
7.8 - 8.6 |
8 - 15 |
4 - 8 |
Cichliden |
Aquarium en vijvertechniek in
de praktijk
PH schaal 0 –14
De pH waarde geeft het aantal
vrije waterstof (H+ ) ionen
weer. Het aantal H+ ionen bepaald de zuurgraad van
het water in een schaal van 0-14. Water (H2O) is
opgebouwd uit H+ en OH- ionen. Hoe hoger
het aantal H+ionen hoe zuurder het water, terwijl hoe
meer OH- ionen hoe alkalischer het water is. Bij een
pH van 7 is het water neutraal. Water met een pH 6 (10-6
H+ ionen) is bovendien 10 keer zuurder dan water met een pH van
7 (10-7 H+ ionen). De pH waarde wordt
immers uitgedrukt als negatieve logaritme. De verhouding tussen
vrije H+ ionen en OH- ionen bepaald dus de
pH waarde. De pH in een gezelschapsaquarium kan het beste
gehouden worden tussen 7,2 tot 7,8. Afhankelijk van de vis- en
plantensoorten die worden gehouden ligt de pH waarde tussen de
uitersten van 6,7 en 8,6. Voor een tuinvijver kan men het beste
een pH tussen 7,2 en 8,5 aanhouden. Voor KOI-karpers hebben we
echter hogere waarden tussen 8,0 en 8,5. In een aquarium met
discusvissen dient de KH vrijwel 0 zijn. Bij deze KH waarde
voelen discusvissen zich het beste in hun element. Hierbij hoort
dan een pH-waarde die zal liggen tussen 6,2 en 6,8. Dit heeft
wel als gevolg dat in een discusaquarium absoluut geen planten
kunnen groeien, vaak tot grote ergernis van bepaalde
aquariumliefhebbers die toch graag iets groen in hun bak willen
zien. Planten hebben echter een neutrale tot licht alkalische pH
nodig.
KH Carbonaathardheid
De KH waarde wordt gemeten
als carbonaatgehalte (CO32-) in het water,
ook wel de carbonaathardheid genoemd. De KH waarde is tevens van
grote invloed op de pH waarde omdat het werkt als een buffer
tegen verzuring. De balans tussen carbonaten en bicarbonaten
zorgt in combinatie met koolzuurgas voor een stabiele pH-waarde
zolang er voldoende carbonaten/bicarbonaten in het water
aanwezig zijn. In de lucht komt koolzuurgas (CO2)
voor, wat in water kan oplossen. Wanneer koolzuur in water
oplost bindt het zich in bepaalde mate met de vrije H+ ionen
waardoor koolzuur H2CO3 (koolzuur)
ontstaat. Bij voldoende mineralen in het water (calcium,
magnesium, kalium en natrium) worden carbonaten gevormd (CaCO3,
MgCO3, K2CO3, Na2Co3)
met het aanwezige koolzuur.
GH-waarde
De Gh-waarde, of ook wel de
totale hardheid, is het totaal van calcium en magnesiumzouten.
Deze mineralen zijn nodig voor de planten die deze als
voedingsstof verbruiken. Het beste worden deze stoffen opgenomen
bij een Gh-waarde van 12.
De osmotische druk is dan
optimaal om de mineralen op te laten nemen door de planten.
Zoals reeds uitgelegd gaan deze mineralen ook een verbinding aan
met de carbonaten (althans voor een gedeelte). Het is echter zo
dat Carbonaten gevormd uit deze mineralen (Calcium en Magnesium)
slechts zeer moeilijk oplosbaar blijven in water. Dit is dan ook
de reden wanneer men het carbonaatgehalte te sterk verhoogt dat
de Gh-waarde daalt doordat het aanwezige Calcium en Magnesium in
de vorm van carbonaten neerslaan. Dit proces kan tevens
plaatsvinden door een sterke planten- en/of algengroei. Hierbij
worden de bicarbonaten verbruikt waardoor de carbonaten uit
Calcium en Magnesium neerslaan. Dit proces noemt men ook wel
biogene ontkalking.
US- Geleidende vermogen
Het geleidende vermogen (uS),
ook wel micro-Siemens genoemd geeft de hoeveelheid opgeloste
stoffenweer in het water. Bij water uit een
omkeerosmose-installatie zal het geleidend vermogen ca. 30 - 70
uS zijn omdat bijna alle stoffen uit het water verwijderd zijn.
Gedestilleerd water heeft een geleidend vermogen van bijna 0 uS.
Het geleidend vermogen zegt niets over welke stoffen er in het
water aanwezig zijn, het geeft slechts een indruk van de totaal
aanwezige hoeveelheid stoffen. Het optimale geleidend vermogen
voor een beplant aquarium of vijver is een waarde tussen 300 en
600 uS. Bij te lage waarde komt de aanvoer van voldoende
mineralen als voedingsstof voor planten in gedrang. Bij te hoge
waarden loopt de osmotische druk te sterk op waardoor planten
verbranden.
RH-waarde (Redoxpotentiaal)
rH-waarde of redoxpotentiaal.
Dit is de verhouding tussen reducerende (red-) en oxiderende
stoffen (-ox). De reducerende stoffen zijn o.a. afvalstoffen,
zoals bijvoorbeeld de afvalstoffen van vissen. De oxiderende
stoffen zijn stoffen zoals bijvoorbeeld zuurstof en ozon die op
hun beurt afvalstoffen verwerken (verbranden). In een goed
functionerend filter zijn voldoende oxiderende stoffen aanwezig
om tot een goede afbraak van de afvalstoffen te kunnen komen bv.
dmv zuurstof. De afbraakprocessen verlagen echter ook de
pH-waarde. Door rH metingen kan men een inzicht krijgen in het
afbraakproces. Diverse meststoffen die door planten worden
opgenomen bv. half- en sporenelementen werken ook reducerend op
het aquariummilieu. Deze worden bij te grote hoeveelheden
oxiderende stoffen verbrand. Het is dus zaak een goede balans te
krijgen tussen oxiderende en reducerende stoffen. De mV-metingen
welke met diverse elektronische meters worden gedaan zeggen iets
over de verhouding tussen oxiderende en reducerende stoffen.
Echter de pH-waarde zelf vormt ook een onderdeel van deze
verhouding. Wil men deze rekenkundig mee verwerken dan rekent
men de mV-waarde om in het RH-getal. Hierin zit de pH-waarde dan
verrekend. Voor de exacte berekening kan men de bijgeleverde
handleiding van het meetapparaat raadplegen. De omrekening is
namelijk per apparaat verschillend en hangt in grote mate af van
de bijgeleverde elektrode en de daarmee samenhangende
celconstante van de elektrode.
Calciumgehalte
Het calciumgehalte (ook wel
kalkgehalte) is een zeer belangrijke factor in de opbouw van
waterchemie. Op de eerste plaats omdat calcium een deel van de
GH-waarde vormt omdat het een mineraal nodig voor de groei van
planten in aquaria en vijvers. In zeewateraquaria is het Calcium
bovendien een belangrijke factor voor de skeletopbouw van de
lagere dieren. In zeewater kan men het verbruikte Calcium het
beste regelmatig aanvullen. Vaak is dit is een poeder om met
leidingwater kalkwater te maken in een afgesloten jerrycan. Als
het poeder is bezonken en grotendeels is opgelost gebruikt men
de ontstane oplossing voor het bijvullen van het verdampte
water. In vijvers kan gebruik gemaakt worden van dergelijke
afgeleide producten. Deze middelen zorgen voor een verhoging van
het calcium- en Magnesiumgehalte waardoor tekorten in de
mineraalbalans worden opgeheven.
Begrippen uit de wateranalyse
(stikstofkringloop)
Ammonium
Ammonium is het eerste
tussenproduct wat door bacteriën wordt gemaakt uit
stikstofhoudende afval. Na een filterreiniging kan snel een
ammoniumverhoging ontstaan door het wegnemen van bacteriën.
Bacteriën gaan namelijk met het verwisselen van filtermaterialen
verloren. Bij hoge pH waarden wordt het ongevaarlijke ammonium
omgezet tot het zeer giftig ammoniak. Dat is dan ook de reden
dat in zeewateraquaria het ammonium / ammoniak gehalte veel
lager gehouden dient te worden.
UV lampen breken de ammoniak
af tot nitriet!
Nitriet
Nitriet is een zeer giftig
tussenproduct uit de stikstofkringloop. Zelfs bacteriën sterven
hieraan als concentraties boven 1,5 mg/l ontstaan. Voor vissen
kan een nitrietgehalte boven 0,15 mg/l al giftig en zelfs
dodelijk werken. Planten kunnen dit tussenproduct niet
verwerken. Men dient dus regelmatig het nitrietgehalte te meten.
Vooral in pas opgestarte vijvers cq aquaria is dit uitermate
belangrijk. Het nitrietgehalte kan men verlagen door een
gedeeltelijke waterwisseling ofwel het toedienen van aerobe
bacteriën in combinatie met een goede beluchting.
Nitraat
Nitraat (NO3) is
een eindproduct uit de stikstofkringloop. Het is het laatste
product uit de aerobe kringloop van de afbraak van afvalstoffen
tot voedingsstoffen voor de planten. Nitraat kan in geringe
hoeveelheden door planten als voedingsstof worden opgenomen mits
er een toereikende hoeveelheid ijzer en sporenelementen in het
aquarium aanwezig zijn. Een te veel aan nitraat kan schadelijke
gevolgen hebben. Dit uit zich onder andere in een toegenomen
algengroei. Een dalend nitraatgehalte laat een afname van de
groei van plantaardige organismen in het aquarium of de vijver
zien. Als al het nitraat verwerkt is stopt de totale
plantengroei in het aquarium of de vijver. In een goed
functionerend aquarium moet er daarom ook altijd een beetje
nitraat aanwezig zijn. Een aquarium in de juiste biologische
balans heeft een nitraatgehalte dat juist hoog genoeg is om de
planten van voldoende voeding te voorzien en algen net niet
genoeg voeding hebben om te groeien. Planten hebben namelijk
veel efficiëntere methoden voor de voedselopname zodat ze met
veel lagere concentraties voedingsstoffen kunnen blijven
groeien. Voor een gezelschapsaquarium dient het nitraatgehalte
tussen 30 en 50 mg per liter te liggen.
Watertoebereiding
Toevoegingen aan het
leidingwater vooraf:
De allerbelangrijkste
toebereiding vindt al meteen in het begin plaats. Dit is wanneer
er vers leidingwater aan het aquarium of vijver wordt
toegevoegd. Omdat in het leidingwater vaak een te hoge hardheid
bezit en een gebrek aan diverse sporenelementen is het water in
vergelijking tot natuurlijk water uit de diverse tropische regio
onbruikbaar qua samenstelling. Ook zal hierdoor vaak een
onjuiste pH ontstaan. Bovendien neemt de vervuiling van het
leidingwater steeds verder toe. Een verhoogt nitraatgehalte of
een hoog Siliciumgehalte alsmede de aanwezigheid van zware
metalen zoals koper en zink en nieuwbouwwijken maakt een
behandeling van het water vooraf noodzakelijk. Hierbij kan men
dan denken aan diverse producten die de slijmhuid van de tere
vissen beschermen tegen zulke slechte invloeden. Ook zullen
dergelijke producten het aanwezige koper of zink binden en
hierdoor onschadelijk maken voor de vissen. Natuurlijk bevat het
aldus behandelde water nog steeds te weinig sporenelementen voor
een juiste plantengroei. Daarbij kan men dan de hulp inroepen
van de diverse preparaten die als meststof aan het water worden
toegevoegd. Dit dient natuurlijk met de nodige restricties te
gebeuren. Een nieuw aquarium zal in het begin voldoende voeding
bevatten door de ingebrachte voedingsbodem. Raakt deze voeding
op (wat reeds na enkele weken kan gebeuren) dan dient dit te
worden aangevuld met de meststof voor planten.
Water voorbereiden dmv een
omkeerosmose-apparaat
De beste methode om water
geschikt te maken voor aquariumgebruik is het gebruik van een
omkeerosmose-systeem. Dit toestel is in staat om op adequate
wijze alle stoffen uit het leidingwater te verwijderen. Echter
worden niet alleen de afvalstoffen uit het water verwijderd, ook
de nuttige mineralen en sporenelementen worden door het toestel
verwijderd. Men verkrijgt dus uiteindelijk water wat bijna niets
meer bevat. Dit is natuurlijk niet wenselijk. De noodzakelijk
mineralen en sporenelementen dienen dan ook weer worden
toegevoegd. Hiervoor zijn mineraalmengsel in de vakhandel
verkrijgbaar.
De slechtste manier is om het
water te mengen met gedeeltelijk leidingwater. Weliswaar heeft
men dan weer voldoende mineralen maar men brengt ook weer een
deel van de vervuiling mede terug.
Het gebruik van kunstharsen
In tegenstelling tot een
omkeerosmose wat als een filter werkt, werken kunstharsen als
een soort spons om de opgeloste ionen (stoffen) uit het water te
verwijderen. Natuurlijk raakt deze kunstmatige chemische spons
verzadigd. Deze dient dan geleegd (geregenereerd) te worden.
Afhankelijk van het type hars wordt voor het regeneratieproces
een zuur dan wel een base gebruikt. Voor ion-specifieke harsen
(kunstharsen die slechts een bepaalde stof willen opnemen) wordt
vaak voor de regeneratie een zout gebruikt (bv kunstharsen om
nitriet of nitraat te verwijderen). Een kunsthars kan ofwel
Kationen (positief geladen deeltjes) verwijderen ofwel Anionen
(negatief geladen deeltjes). Zulke harsen duit men vaak aan als
KATI-hars en ANI-hars. Wil men uitsluitend carbonaten
verwijderen uit het leidingwater dan is het gebruik van alleen
KATI-hars voldoende. Wil men het water ook ontharden en
ontzouten dan dient men het water achtereenvolgens door een
kolom met KATI-hars te laten lopen en daarna door een kolom met
ANI-hars. In ieder geval dient het KATI- en ANI-hars nooit
ondergebracht te worden in een aquarium of aquariumfilter. Men
bereidt het leidingwater altijd separaat voor in een aparte
container (kunststof). Hierdoor kan men het water vooraf meten
en beluchten voordat het verder wordt gebruikt in het te vullen
aquarium. Voor de ion-specifieke harsen zoals het nitriethars
gelden andere gels. Deze harsen kan men na regeneratie
onderbrengen in en mechanisch filter wat voorzien is van een
voorfiltering dmv van watten en of schuim. Op deze manier kan
men mits men zorgvuldig werkt gemakkelijk nitrieten en nitraten
verwijderen.
Watercontrole
Het nut van watercontrole
Watercontrole kan
plaatsvinden door metingen en visuele controle. Het beoordelen
van bv de helderheid en kleur geeft al veel informatie mbt
zuiverheid en gebruikt filtermateriaal. Turf geeft een oker
verkleuring. Een pH-meting van turfwater bevestigt meestal een
lage pH-waarde en een lage KH-waarde. Het meest doorslaggevend
zijn de wateranalyses, althans mits ze juist worden
geïnterpreteerd. Daarin zit in de praktijk dan ook de
moeilijkheid. Voor een gezelschapsaquaria zijn de volgende
parameters van evident belang. Hardheid, zuurgraad, geleidend
vermogen, ammonium, nitriet, nitraat en fosfaat kunnen een
uitsluitsel geven over de fysieke kwaliteit van het water en een
indruk verschaven over de afvalverwerking dmv de aanwezige
aerobe en anaerobe bacteriën. Ook andere optisch waar te nemen
zaken zoals schuimvorming, watertemperatuur en de geur kunnen
duidelijke aanwijzingen verschaffen over de kwaliteit van het
water. Onze menselijke zintuigen zijn tot veel meer instaat dan
menigeen vermoeden kan mits men er oog voor heeft.
Testen d.m.v.
kleurvergelijking
De pH-test is een
kleurvergelijkingstest. Dit wil zeggen dat er aan een bepaalde
hoeveelheid water een aantal druppels testvloeistof moeten
worden toegevoegd waarna de kleur van de vloeistof vergeleken
kan worden met een bijgeleverde kleurenkaart. De pH-waarde kan
men dan simpelweg langs het kleurvlakje af lezen. Andere
voorbeelden van colorietesten zin nitriet, nitraat en
fosfaattesten. Wel dient men de kleurvergelijking onder daglicht
of een kunstlicht wat het daglicht benadert te doen om een juist
vergelijk mogelijk te maken.
Titratietesten
Titratietesten zijn
watertesten die door middel van een vloeistof welke
druppelsgewijs wordt een uitslag geven over de te meten waarde.
Er worden net zo lang druppels toegevoegd totdat de
kleurindicator het omslagpunt bereikt. De kleur verandert dan of
er ontstaat een nieuwe kleur. De hoeveelheid verbruikte druppels
tot dit omslagpunt is de maat voor de te meten waarde.
Voorbeelden van dergelijke testen zijn de bekende GH- en KH
testkits.
Elektrische & elektronische
meetapparatuur
Er zijn diverse elektronische
meetapparaten in de handel voor het bepalen van pH,
geleidbaarheid en redox-waarde. Bovendien kunnen sommige van
deze toestellen deze waarden zelfs regelen. Bijvoorbeeld bij een
pH regelapparaat wordt een magneetklep in en uitgeschakeld die
de toevoer van koolzuurgas controleert afhankelijk van de
ingestelde pH waarde. Ook kan dmv het regelen van de ozontoevoer
de redox-waarde in een aquarium worden ingesteld. Dit gebeurt
dmv een
mV-regeling. Het praktisch
nut van deze toestellen op een vijver is echter gering. Ze
vinden veel meer toepassing in het aquarium en met name de
zeewateraquaristiek. Ook is het mogelijk dmv een
geleidbaarheidsregeling de waterhardheid op een bepaalde waarde
te stabiliseren. Hierbij wordt dan de toevoer van osmosewater
geschakeld door een magneetklep welke wordt bestuurd door de
geleidbaarheidscontroller. Losse meetapparatuur voor het bepalen
van deze waarden is in de handel verkrijgbaar onder diverse
merken en soorten. Gemakkelijk en eenvoudig te bedienen maar wat
onnauwkeurig zijn de meetapparaten in de vorm van een pen. Ze
geven voldoende informatie om een globale indruk te krijgen van
de te meten waarden. Wil men echter nauwkeurige analyses doen
dan zal men terug moeten vallen op de daarvoor bestemde
meetapparaten met een losse vervangbare elektrode.
Waterbeheersing dmv biologie
Biologische filtersystemen
Biologisch filtersystemen kan
men grofweg in twee varianten onderverdelen. De filters die
onder zuurstofrijke omstandigheden functioneren en de filters
die zuurstofarm of zuurstofloos werken. De laatste noemt men ook
wel anaerobe filtersystemen. Deze zijn wat moeilijker op te
starten. Doordat deze filters werken met anaerobe bacteriën die
zonder zuurstof functioneren, zullen eerst de aerobe bacteriën
de zuurstof in de filter verwijderen totdat het zuurstofgehalte
dusdanig laag is geworden dat de anaerobe bacteriën kunnen
vestigen. Bovendien hebben deze bacteriën een extra voedingsbron
nodig in de vorm van een koolstofbron en mineralen.
Bacterieculturen
Door het enten van het
aquarium of vijver met bacterieculturen kan men biologische
filtersystemen of de bodem 'biologisch' opstarten. Door bv. het
toepassen van een bacterieversneller kan men in een veel kortere
tijdspanne een goed functionerend milieu bereiken. Dit komt
omdat deze vloeibare bacterieculturen levende bacteriën bevatten
die onmiddellijk hun werking ontplooien. Zorg dat de bodemlaag
in de vijver voldoende dik is (In de vijver 10-15 cm, in een
aquarium 3-10 cm). Om zich te vermenigvuldigen hebben deze
bacteriën behalve zuurstof natuurlijk ook voedsel nodig. Hun
voedsel is het afval wat door vissen wordt geproduceerd of langs
andere weg in het aquarium of vijver beland. Het is als een
sneeuwbal die van een helling rolt. Eenmaal aanwezig
vermenigvuldigen de bacteriën zich en gaan beter functioneren
naarmate de zuiverende werking toeneemt. Ook hun
voortplantingsnelheid neemt dan toe. Hogere temperaturen geven
een versnelling aan de voortplanting van deze bacteriën. Vooral
in vijvers is dat goed merkbaar omdat gedurende de winter de
bacteriële activiteit sterk afneemt. De bacteriecultuur zorgt
ervoor dat er geen ammoniak- of nitrietvergiftiging zal ontstaan
en dat de ophoping van nitraat zal worden voorkomen. Een
eventueel teveel aan nitraat kan ook nog worden afgebroken door
anaerobe bacteriën (bacteriën die afbraak verrichten zonder
zuurstof). Deze bacteriën zijn in staat om nitraat om te vormen
tot elementair stikstofgas wat reukloos kan ontsnappen uit het
water.
De bodem als biologisch
substraat voor de afvalverwerking
Het mag duidelijk zijn, dat
afval wat door de vissen wordt geproduceerd, naar de bodem van
de vijver zal zakken. Bij een juiste korrelgrootte zakt alleen
het fijne slib weg naar de onderste bodemlaag. Het grovere slib
blijft ofwel op de bodem liggen of bevind zich in het bovenste
deel van de bodemlaag. In het bovenste deel van de bodemlaag
bevindt zich nog juist voldoende zuurstof om de aerobe bacteriën
de kans te geven het afval af te breken langs de zuurstofrijke
weg. Hierdoor ontstaan nitraten. In het onderste deel van de
bodemlaag waar veel minder of nauwelijks zuurstof aanwezig is
wordt een milieu geschapen voor de anaerobe bacteriën die in
staat zijn het vuil verder te verwerken. Dit gebeurt dan door de
nitraatafbraak tot elementair stikstofgas. Ook zullen
facultatief anaerobe bacteriën het fijne slib afbouwen tot
oplosbaar afval. Op die manier draagt de bodem door middel van
haar depotwerking bij tot en natuurlijke zuivering (filtratie)
van het vijvermilieu. In het aquarium zal dit slechts zeer
moeizaam kunnen worden bereikt. De hogere temperaturen van het
tropisch aquarium zorgen ervoor dat gemakkelijk giftige anaerobe
plekken in de bodem ontstaan welke gevaarlijk toestanden kunnen
creëren voor vissen en planten.
Waterbeheersing dmv chemie
Bemestingsmiddelen
Zoals reeds in het rubriekje
‘begrippen uit de wateranalyse’ is vermeld hebben planten
voedingsstoffen nodig om zich optimaal te kunnen ontplooien.
Buiten de in grote hoeveelheden verbruikte mineralen zoals
Calcium, Magnesium, Natrium, Kalium, Fosfor, Nitraten etc.
hebben planten ook sporenelementen nodig. Er zijn 2 soorten
bemestingsmiddelen in de handel. Complete bemestingsmiddelen die
alle noodzakelijke stoffen bevatten. Een voorbeeld is HS AQUA
Floracell welk een complete samenstelling is van mineralen en
sporenelementen terwijl ijzermeststoffen slechts een combinatie
van ijzer met sporenelementen bevatten. Welke van deze dient te
worden toegepast hangt af van de bevolkingsgraad van de vijver
of het aquarium. In dun bevolkte aquaria wordt een
totaalmeststof gebruikt. In sterk bevolkte aquaria uitsluitend
een ijzermeststof om te voorkomen dat hoeveelheden van de
mineralen te sterk zouden oplopen.
Algenbestrijdingsmiddelen
Alvorens we op goed geluk een
algenbestrijdingsmiddel aan een aquarium of vijver toevoegen
dient men zich af te vragen wat nu de oorzaak van deze
algentoename is geweest. Meestal ontstaan algen door het
toenemen aan afvalstoffen zoals nitraten en fosfaten. Ook kan
door een stagnerende plantengroei de hoeveelheid afvalstoffen
drastisch toenemen. Wil men toch een algenbestrijding gebruiken
om in ieder geval snel van de algen te zijn verlost da dient men
zich te realiseren dat door de algenbestrijding de algen
plotseling afsterven. Deze afstervende algen vormen op zichzelf
al een enorme belasting voor het aquarium of vijver. Dit kan
gemakkelijk aanleiding geven tot vergiftigingen. Men kan dit
voorkomen door voor het middel toe te dienen eerst de grootste
hoeveelheid algen handmatig te verwijderen.
De combinatie van bemesting
en bestrijding
Beter is het om voor een
biologisch oplossing te kiezen. Eerst dient men dan zorgvuldig
na te gaan of het aquarium of vijver niet is overbevolkt. Niet
het aantal vissen is bepalend voor de belasting van het milieu
maar de hoeveelheid voedsel dat wordt verstrekt met een dito
hoeveelheid afvalstoffen van de vissen. Voert men niet dan komt
er ook geen afval bij. Het is dus zaak zuinig om te springen met
de voedering. Vooral in een vijver kan in de koelere maanden een
drastische verlaging van de hoeveelheid verstrekt voedsel goede
resultaten worden bereikt. Ook is het mogelijk door op een
juiste manier een plantenbemesting te gebruiken in combinatie
met een bacteriestartcultuur om draadalgengroei terug te
dringen. Uiteraard duurt een op deze manier ingezette
biologische bestrijding vele malen langer dan het gebruik van
een bestrijdingsmiddel tegen algen. Het resultaat echter is veel
duurzamer doordat ook de oorzaak is weggenomen.
Waterverbeteringsmiddelen
Ruwweg kan men de bestaande
waterverbeteringsmiddelen in een aantal categorieën opdelen tw:
Visbeschermingsmiddelen
Een dergelijk middel brengt
een kunstmatige slijmlaag aan op de huid van de vis. Speciaal op
de plaatsen waar verwondingen zijn ontstaan door bv transport of
slecht water zal het middel een beschermende laag vormen.
Hierdoor worden infecties voor het grootste deel voorkomen. Ook
zorgt een dergelijk middel voor een neutralisatie van het
aanwezige chloor en koper in vers leidingwater. Deze stoffen
kunnen snel aanleiding geven tot vergiftigingsverschijnselen bij
gevoelige siervissen in zowel aquarium of vijver.
Middelen om de fysieke
waterkwaliteit te beïnvloeden (KH-plus, GH-plus, pH-minus.)
Dergelijke middelen kunnen
zowel in een vijver als aquarium worden gebruikt om de pH, KH en
GH-waarde aan te passen. Wel dient men te realiseren dat een
verhoging van de KH ook een verhoging van de pH met zich
meebrengt. In een vijver tijdens extreem veel zweefalgen kan men
hoge pH-waarden meten als gevolg van een koolzuurgebrek. Deze
hoge pH-waarden kan men beter niet corrigeren. Indien de
zweefalgengroei door een vlokkingsmiddel is verwijderd zal vaak
vanzelf de pH-waarde terug zakken naar een normale waarde.
Geneesmiddelen
Het gebruik van
geneesmiddelen heeft ook invloed op de kwaliteit van het water
en tast tevens bacteriën aan. Het is daarom belangrijk niet
steeds gedurende langere tijd geneesmiddelen toepassen. Hierdoor
is het mogelijk dat giftige tussenproducten ontstaan uit de
afbraak van afvalstoffen zoals het giftige ammoniak. Na het
gebruik geneesmiddelen kan men het beste het water gedeeltelijk
te verversen. Ook het gebruik van een hoog actieve koolstof
versnelt de verwijdering van de restanten van een dergelijk
toegepast middel.
Waterbeheersing dmv techniek
Filtersystemen
Welk type filter men kiest
hangt sterk samen met de vraag met wat voor milieu men te maken
heeft. Een vijver zal meer baat hebben bij een goed mechanisch
filter al dan niet gecombineerd met een biologisch werkend
filter. Een zoetwater aquarium dat goed beplant is zal voldoende
hebben aan een mechanisch filter, terwijl een zwaar belast
cichliden aquarium zowel een aeroob als een anaeroob filter goed
kan gebruiken. Een zeewateraquarium kan niet zonder een aeroob
filter, alhoewel er steeds meer stemmen opgaan dat een sterke
eiwitafschuimer voldoende zou zijn. Een combinatie van beiden
lijkt de beste oplossing te bieden voor een aquarium met vissen.
Voor een puur lagere dieren aquarium is een biologisch filter
niet van evident belang en kan dan zelfs schadelijk werken door
het stimuleren van rode algen. Dit omdat er geen belasting voor
de bacteriën is. Deze zullen dan ook niet stabiel functioneren.
UV- lampen
UV-lampen kunnen uitstekend
worden ingezet om troebel water ontstaan door een overmaat aan
zweefalgen helder te maken. Niet alleen zorgt een behandeling
van UV voor het helder worden van het vijver- of aquariumwater
ook wordt het schadelijk hoge bacterieaantal teruggebracht naar
een meer normale waarde. Hierdoor kan men mits juist toegepast
een veel lagere besmettingsgraad bereiken mbt infectieziekten.
Een dergelijke UV-installatie met voldoende capaciteit wordt
veel ingezet op aquariumstellingen welke door de vakhandel
worden benut. Men dient zich echter te realiseren dat UV-licht
ook invloed uitoefent op de in het water toegepaste
medicamenten. Deze invloed kan zich zo sterk doen gelden dat
medicamenten compleet onwerkzaam worden. Bij een behandeling met
medicamenten (vooral antibiotica) dient de UV-installatie dan
ook te worden uitgeschakeld.
Ozonisatoren
Ozon is een stof wat gemaakt
kan worden uit zuurstof. Een ozonisator maakt met behulp van
hoge spanning de ozon aan welke in een klein percentage in de
uitstromende lucht voorkomt. Doordat Ozonmoleculen instabiel
zijn proberen ze zich te verbinden met allerlei stoffen. Deze
stoffen worden op hun beurt geoxideerd (verbrand). Als men deze
ozonrijke lucht toevoert aan een aquarium dmv een
eiwitafschuimer, ozonreactor of luchtsteen. Zullen de in het
water aanwezige afvalstoffen worden verband. Hierdoor neemt
natuurlijk de redoxwaarde van het water toe. Door een
mV-regeling toe te passen op een ozonisator kan men dus de
redoxwaarde naar boven toe regelen. Wel zal men in praktijk
moeten zorgdragen voor een voldoende bescherming tegen ozon.
Veel ozon in de lucht van de kamer waar het aquarium staat kan
hoofdpijnen veroorzaken. Door de uitstromende lucht uit het
aquarium of eiwitafschuimer via een koolfilter te laten lopen
wordt de lucht ontdaan van vrije ozon. The hoge doseringen van
het actieve ozon aan het aquariumwater kan schadelijke gevolgen
hebben voor de vissen. Het is daarom raadzaam om het ozon
voorzichtig toe te passen en niet te doseren in zuiver water.
Een overdosering wordt hierdoor vermeden. Ozon is in principe
ook toepasbaar op zoetwateraquaria en vijvers mits men de nodige
voorzorgsmaatregelen in acht neemt. Vooral zwaar bevolkte
aquaria en vijvers kunnen er groot voordeel mee doen. Ozon is
ook in staat nitriet af te breken tot nitraat. Het is daarom
helemaal niet zo’n gek idee om bij nitrietproblemen in de vijver
tijdelijk ozon te doseren tezamen met de overige maatregelen om
nitrietproblemen op te lossen.
CO2 - bemesting
Planten verbruiken koolzuur.
Althans als ze voldoende licht krijgen en de temperatuur hoog
genoeg is. Ook de benodigde voedingstoffen mogen niet ontbreken.
Planten kunnen soms zoveel koolzuur in een aquarium verbruiken
dat dit volkomen op gaat. In dergelijke sterk beplante aquaria
is een koolzuurtoediening dan ook wenselijk. Koolzuurtoediening
verlaagt de pH-waarde. Hierdoor kan men met een pH-regelaar de
hoeveelheid toegevoerd koolzuur regelen. Wel dient het aquarium
waarop een koolzuurapparaat wordt geïnstalleerd een voldoende
hoge KH-waarde te hebben om een te plotselinge pH-daling te
voorkomen. Een KH-waarde boven 4 is dan ook noodzakelijk indien
men veilig gebruik wil maken van een koolzuurapparaat. Een
koolzuurapparaat bestaat uit een diffusor, toevoerslang,
ventielenset en een koolzuurcilinder. De regeling voor het
koolzuur bestaat uit een pH-meter met een schakelklep voor
gassen. Deze klep wordt in de toevoerslang van de diffusor
gemonteerd en kan daardoor de toevoer van het koolzuurgas
regelen. Ook wordt een koolzuurtoediening gebruikt in
zeewateraquaria. Hierbij doorloopt het koolzuurgas een
kalkreactor.
Zoals de naam reeds zegt is
dit een buis gevuld bet kalksteen wat wordt opgelost door het
water wat verrijkt is met koolzuur. Op die manier kan men in
zeewater eenvoudig het Calciumgehalte verhogen. Hierbij is het
van evident belang ook de pH-waarde te laten regelen door een
pH-controller zodat te lage pH-waarden worden vermeden. De
KH-waarde wordt in dit zeewater ingesteld tussen 5 en 8 KH.
Hogere KH-waarde houden het oplossen van Calcium tegen. In
sommige gevallen kan een te hoge KH-waarde tot troebellingen van
het zeewater leidden.
Filtermaterialen
Filtermaterialen en hun
specifieke doel:
Er zijn een groot aantal
filtermaterialen verkrijgbaar die elk weer hun eigen specifieke
eigenschappen hebben, ze zijn in 4 groepen te onderscheiden:
Mechanische filtermaterialen
zoals filterwatten en filtersponzen, werken niet
veel anders dan de zeef uit de keuken: kleine zwevende deeltjes
worden van het water gescheiden doordat ze achterblijven op het
filtermateriaal.
Absorberende filtermaterialen
zoals filterkool, turf en zeoliet en kunstharsen, beschikken
over de eigenschap dat zij stoffen, zoals ammoniak, nitriet,
nitraten, uitgewerkte medicijnen, carbonaten etc. kunnen
adsorberen of binden. Na een aantal maanden zijn deze
filtermaterialen natuurlijk verzadigd of uitgewerkt en dienen
dan vervangen te worden.
Verrijkende filtermaterialen
zoals turf en turfgranulaat. Deze producten zuren het water aan
en ontharden het water; zij zorgen voor een ideaal natuurlijk
milieu van vissen uit humuszuurrijkwater, zoals Amazonas, Rio
Negro.
Biologische filtermaterialen
zoals de keramische filterbuisjes en bv. HS AQUA Denilit, zijn
materialen die door hun poreuze structuur een gigantische
oppervlakte hebben; Dit is een ideale aanhechtingsmogelijkheid
voor nuttige bacteriën.
Absorberende filtermaterialen
Absorbtieve materialen hebben
alle een ding gemeen. Ze nemen stoffen uit het water op. Zoals
reeds vermeld bij de rubriek watertoebereiding kunnen
kunstharsen stoffen opnemen en wel ook heel specifiek een
bepaalde groep stoffen. Een goed voorbeeld is het nitriethars
welk kan worden gebruikt voor grote hoeveelheden nitriet te
verwijderen in bv onbeplante aquaria met een hoge
visbezettingsgraad. Koolstof is een elegant product om geur en
kleurstoffen te verwijderen. Koolstof in actieve vorm is
bovendien in staat grote hoeveelheden eiwitten te binden. Wel
dient de koolstof regelmatig te worden vernieuwd. Verzadigd
koolstof zal namelijk grote hoeveelheden bacteriën aantrekken
die het opgeslagen afval als voedsel benutten. Hierdoor komt het
afval weer in het aquarium terug. Ook wordt koolstof vaak
ingezet om medicamenten of restanten te verwijderen. In
combinatie toegepast met zeolieten kan men zowel eiwitten alsook
het schadelijke ammoniak verwijderen. Door het gecombineerd
gebruik wordt bovendien de werkzaamheid van het Zeoliet sterk
verlengd. Zeoliet zelf kan ook zware metalen verwijderen zoals
Koper, Zink, Aluminium etc.
pH –stabiliserende materialen
Deze materialen worden vooral
toegepast in zeewater en alkalisch zoetwater zoals Malawi- en
Tangayika-aquaria. Ze hebben tot doel de pH-waarde stabiel te
houden in het bereik van 8,0 – 8,4. Vooral kunstharsen zoals het
ANI-hars hebben mits juist toebereid een enorm buffer vermogen.
Kalksteenvormen zoals biosubstraat hebben een zwak buffer
vermogen.
Filterreiniging
Het mag als bekend worden
verondersteld dat in mechanische filtersystemen ook bacteriën
zullen groeien. Dit komt door de enorme ophoping van slibafval.
Deze tijdelijke bacterietoenames kunnen allerlei schadelijke
stoffen produceren welke in het water terechtkomen. Bovendien is
het niet gunstig dat slib in een mechanisch filter wordt
afgebroken. Het komt dan weer terecht in de stikstofkringloop
van het aquarium. Daarom dienen mechanische filtersystemen dan
ook frequent te worden gereinigd. Filterwatten ongeveer 1 x per
week. Absorberende filtermaterialen zoals koolstof en zeolieten
om de 2 - 6 weken.
Uitleg over het reinigen van
het filter
Heel anders is het gesteld
met de reiniging van biologische filtersystemen. In
tegenstelling tot de mechanische dienen de biologische
filtersystemen niet tot het opslaan van slib maar het herbergen
van bacterieculturen. Daarom worden deze biofilters slechts
sporadisch gereinigd. Als reiniging van deze biofilters
noodzakelijk wordt vervangt men niet in een keer al het
filtermateriaal maar met tussenpozen steeds een klein deel. Dit
om te voorkomen dat we door een complete filterreiniging in een
klap alle nuttige bacteriën verliezen. Mocht om een of andere
redenen de bacteriecultuur in een biologisch filter nalaten dan
(bv na gebruik van medicamenten) dan dient het filter opnieuw te
worden geënt. De goede werking van een biologisch filter kan men
zelf gemakkelijk controleren aan de hand van metingen van
ammonium/ammoniak, nitriet en nitraat, althans wat betreft de
werkzaamheid van aerobe biologische filtersystemen.
Biologische filtersystemen
Het hoe en waarom van
biologische filtersystemen
Biologische filtersystemen
hebben in alle gevallen gemeen dat niet het filter zelf voor de
verwerking van het afval zorg draagt maar de aanwezige bacteriën
deze taak volbrengen. De aanwezige filtermaterialen in dit type
filters dienen slechts tot dragermateriaal (huisvesting) voor de
gewenste bacteriën. Veel vijvers en waterpartijen worden vooral
in de zomermaanden snel troebel en groen waardoor geen vissen
meer te zien zijn. Alleen een fonteinpompje met een sponsje kan
daar geen verandering in brengen. Met een biologisch filter bent
u in staat het water in korte tijd weer in conditie te brengen.
Hoe gaat dat in praktijk? Een aquarium is toch een heel andere
ecologisch systeem dan een vijver. Het aquarium bevat meestal
een aanzienlijk kleinere inhoud. Hierdoor voltooien zich
biologische processen in een aquarium vele malen sneller dan in
een vijver. Bovendien is de temperatuur in een aquarium veel
hoger wat micro-organismen en bacteriën veel sneller laat
groeien. Daarom zullen ook biologische filtersystemen in een
aquarium sneller 'gerijpt' zijn dan in een vijver. In ieder
geval is het rijpen van een biologisch filter geen kwestie van
uren of dagen maar van weken. Het is daarom bijzonder belangrijk
een nieuw gestart biofilter te enten (te voorzien) van de juiste
bacterieculturen. Doordat deze culturen (vaak) vloeibaar zijn en
levende bacteriën bevatten is maar een korte startperiode nodig.
Buiten de ent met bacteriën dienen de bacteriën natuurlijk ook
van voedsel te worden voorzien. Het voedsel voor deze bacteriën
is het langs natuurlijk weg ontstane afval. Dit kan slechts
ontstaan als er vissen worden gehouden in het nieuwe aquarium of
vijver en indien deze dan ook worden gevoederd!
De keuze van het type filter
De keuze van het juiste type
filter hangt regelrecht af van de doelstelling. Voor de afbraak
van ammonium/ammoniak, nitrieten en eiwitten, polipeptiden etc.
maakt men gebruik van de zogenaamde aerobe nitrificerende
bacteriegroepen.
Deze werken dus alleen als er
voldoende zuurstof in het water aanwezig is. Om de verbruikte
zuurstof in het filter door de bacteriën aan te vullen kan men
van de volgende technische middelen gebruik maken: beluchting,
druppelfiltermethode (filter niet gevuld met water), roterende
sproeifilters en een grotere doorstroomsnelheid. Heeft men als
doelstelling de verwijdering van nitraten en/of fosfaten dan zal
men dit onder anaerobe condities moeten doen. Hiervoor zijn
andere bacteriegroepen nodig die zonder zuurstof werken (HS AQUA
Denibac). Door slechts het water zeer langzaam door een lange
kolom of bak te voeren wordt voorkomen dat er grote hoeveelheden
zuurstof in het filter terecht komen. Een anaeroob filter is
volkomen gesloten! Bovendien hebben anaerobe bacteriën een
andere voedingsbron nodig om hun behoefte aan een organisch
koolstof te bevredigen. Dit voedsel (bijv. HS AQUA Bactofood)
kan worden toegevoegd onder constante toevoer aan het filter.
Hierdoor zijn de aanwezige bacteriestammen in staat het
aanwezige nitraat af te breken tot elementair stikstofgas. Omdat
elementair stikstof een gas is dient het anaerobe filter dan ook
regelmatig te worden ontlucht.
De keuze van het
filtermateriaal
Het nuttige oppervlak van het
dragermateriaal is bepalend voor het functioneren van het
biofilter. Hoe groter het nuttig oppervlak, hoe beter. Veel
materialen hebben wel een groot oppervlak maar de poriën zijn
van de buitenzijde afgesloten. Deze zijn dan ook niet te
bereiken voor bacteriën. Het oppervlak van alle bereikbare
poriën en het buitenoppervlak samen noemt men het nuttig
biologisch oppervlak. Ook de structuur van het materiaal bepaald
de capaciteit. Bacteriën stellen bijzondere eisen aan de
poriegrootte. Te kleine poriën zullen dichtslibben terwijl
bacteriën in te grote poriën zullen wegspoelen. Het beste
materiaal is dus het materiaal met de meeste poriën in een
formaat van 75 tot 150 micrometer waarbij de poriën opencellig
dienen te zijn. Een goed materiaal kan men herkennen aan het
lichte gewicht in droge toestand. Of men besluit voor een
kunststofproduct of een natuurproduct hangt samen met de grote
van het filter. Een natuurproduct met bijzonder goede
biologische eigenschappen is bv. HS AQUA Denilit. Ook de
chemische eigenschappen van het dragermateriaal beïnvloeden de
ontwikkeling van de bacterieculturen. Calciumhoudende materialen
zijn omwille van de hardheidsbeïnvloeding en pH-verhoging in
zoetwateraquaria minder geschikt. Materialen die een
koolstofbron bevatten zijn juist weer goed bruikbaar in anaerobe
filtersystemen. De chemisch neutrale materialen (die niets aan
het water toevoegen of ontrekken) hebben in praktijk de langste
levensduur. Wel dient men rekening te houden met het feit dat
zich op het filtermateriaal in aerobe filters zich een biofilm
afzet die de poriën kan doen dichtslibben. Met andere woorden,
uiteindelijk dient ook een biologisch filter (mits het werkt!)
van tijd tot tijd gedeeltelijk te worden gereinigd.
Aërobe biologische
filtersystemen
Het hoe en waarom van een
aeroob filtersystemen
Zoals reeds gezegd zullen
aerobe filters veel zuurstof verbruiken. De bacteriën dienen dan
ook van een constante aanvoer van zuurstof te worden verzekerd.
Door het toepassen van grovere korrels neemt de doorstroming
toe, waardoor er meer zuurstof in het filter beschikbaar komt.
Kleinere korrels geven in tegenstelling de grovere een kleinere
doorstroming, dus minder zuurstof in het filter. Kleinere
korrels hebben natuurlijk wel veel meer oppervlak voor de
aanhechting van bacteriën. Er dient dus een compromis gesloten
te worden tussen de korrelgrootte en de doorstroomsnelheid van
het filter.
Doorstroomsnelheid (1ltr.
cm2/per uur)
In te snel doorstroomde
filters zullen de bacteriën weinig kans tot aanhechting krijgen.
Te langzaam doorstroomde filters zorgen niet voor voldoende
aanvoer van zuurstof. In praktijk blijkt een doorstroomsnelheid
van 1 ltr/cm2 per uur optimaal te zijn. Men kan dit bij een
aeroob filter gemakkelijk berekenen door de bepaling van het
oppervlak van de vakgrootte. Bv een filter met 5 kamers die
ieder een oppervlak hebben van 200 cm2 zal een pompcapaciteit
nodig hebben van 200 ltr/uur.
Formule: Lengte (cm) x
Breedte (cm) x doorstroomsnelheid per cm2 (1 ltr. cm2/per uur) =
pompcapaciteit (ltr/uur)
Anaerobe biologisch
filtersystemen
Zuurstofarm of zuurstofloos
Het anaeroob filter is
ontworpen om het eenmaal gevormde Nitraat te verwijderen door de
omzetting naar stikstofgas, wat dan ontwijkt. Belangrijk is een
koolstofbron die de bacteriën nodig hebben als voeding, in de
vorm van koolzuur, acetaten of andere koolwaterstofverbindingen.
Het filter functioneert alleen onder zuurstofarme/zuurstofloze
omstandigheden. Een ontluchting voor het ontstane stikstofgas is
noodzakelijk. HS Aqua Denibac is een bacteriecultuur, die
nitraat en slib in het water verwerkt zonder zuurstof te
verbruiken. Nitraat en slib ontstaan door een incomplete
biologische afvalverwerking. Door de toepassing van bv. HS Aqua
Denibac worden deze afvalstoffen als het ware opgegeten. Ook het
ontstane bioslib uit aerobe biofilters wordt onder deze anaerobe
omstandigheden verwerkt. Een anaeroob filter kan men op goede
werking controleren door redoxmetingen en een zuurstoftest van
het uitstromende water.
Het bypass systeem
Een bypass-systeem is een
filter wat het water slechts voor een gedeelte door het anaerobe
filtersysteem stuurt. Dit wordt gedaan om dmv van slechts 1 pomp
zowel een aeroob als een anaeroob filter te kunnen bedienen. Het
water passeert dan voor het grootste gedeelte het aerobe filter.
Bovendien wordt het uitloopwater van het anaerobe susteem
toegevoerd aan de inloop van het aerobe filtersysteem. Hierdoor
voorkomt men dat slecht functionerende anaerobe filtersystemen
leidden tot een nitriet of ammoniakophoping in het aquarium of
vijver. Het eventueel geproduceerde nitriet en ammoniak wordt
dan immers weer door het aerobe filtersysteem afgebouwd.
Anaerobe biologisch
filtersystemen … De voedingsstoffen voor de bacteriën.
Buiten de afvalstoffen die we
willen afbreken in het biologisch filtersysteem (de nitraten)
hebben de bacteriën zoals reeds vermeld een koolstofbron nodig.
Omdat het gaat om levende wezentjes (bacteriën) hebben deze ook
een constante aanvoer van deze voedingstoffen nodig. Dit kan men
bereiken door bv het gebruik van denitraatzakjes of dmv een
doseerpompje wat continu zeer kleine hoeveelheden van deze
voedingstoffen aan het filter doseert. Te grote doseringen
kunnen aanleiding geven tot watertroebellingen of een te snelle
onttrekking van alle zuurstof uit het aquarium. Dit kan men
eenvoudig voorkomen door het uitloopwater van een anaeroob
filter te beluchten. In zeewateraquaria is het helemaal niet zo
dom om het water uit een denitraatfilter via een ozonreactor te
laten lopen. Hierdoor wordt eventueel aanwezig nitriet zeer snel
afgebroken tot nitraat. Wel dient men er zorg voor te dragen dat
er zich geen ozon in het aquarium zelf ophoopt. Dit zou namelijk
snel aanleiding kunnen geven tot ongewenste giftige reacties bij
de vissen. Dit kan men voorkomen door na de ozonreactor het
water via een koolfilter te laten lopen. Men vult deze met een
hoogactieve koolstof welke natuurlijk regelmatig dient te worden
vervangen. Ziet men af van een ozonbehandeling dan laat men het
uitloopwater terechtkomen in de inlaat van het normale aerobe
filtersysteem. Als voedingstof kan men bijzonder goed de hulp
inroepen van HS Aqua Bactofood wat bovendien volledig
afbreekbaar is en geen schadelijke restanten achterlaat in zowel
zoet- als zeewater.
Controle door metingen
Bevat de uitloop van het
anaeroob filter geen zuurstof meer dan werkt het filter goed.
Ook zeer lage zuurstofwaarden onder 2 mg/ltr zijn nog
acceptabel. Het redoxpotentotiaal dient niet te laag te worden.
Bij te lage redoxwaarden gaan bacteriën over tot de reducering
van sulfaten wat giftige sulfiden (zwavelwaterstofgas etc.) laat
ontstaan. Deze zijn voor de vissen dodelijk. In praktijk blijkt
bovendien dat geringe hoeveelheden nitraat in het water
verhinderen dat deze ongewenste situatie ontstaat. Over de
juiste waarde van het redoxgehalte lopen de meningen flink uit
elkaar maar de ondergrens staat in ieder geval vast op -300 mV.
Voorwaarden voor het
functioneren
Wil een anaeroob filter goed
werken dan is een pH van neutraal tot licht alkalisch
noodzakelijk. Het water dient een laag zuurstofgehalte (onder
2mg/ltr) te hebben en zeer langzaam door het filter te stromen
(in praktijk worden doorstroomsnelheden ingesteld tussen 5 tot
30 ltr. per dag). Het is uiterst belangrijk om er voor te zorgen
dat deze lage doorstroomsnelheden constant blijven! Dit vereist
speciale kranen om deze instelling zorgvuldig te kunnen doen.
Ook heeft het gebruik van pijpen in plaats van slangen de
voorkeur. Een plotselinge toename van de doorstroomsnelheid door
een falende techniek laat de bacteriën in enkele uren afsterven
en kan hierdoor de zorgvuldige opgebouwde stammen in een klap
vernietigen. Tot is het zo dat een anaeroob filter niet hoeft te
worden gereinigd indien het juist is geïnstalleerd en
functioneert.
ALGEMEEN:
Het is zéér belangrijk om
regelmatig, bv. om de twee weken het aquariumwater (of
vijverwater) te testen. Alléén zo kunt U mogelijke problemen
vroegtijdig zien aankomen, dus voorkomen!. Bij U
aquariumspecialist zijn vaak diverse soorten testen verkrijgbaar
zoals: vloeistoftesten, teststrips 5 in1 tot geavanceerde
elektronische testers. Vraag bij twijfel altijd advies
bij Uw aquariumspeciaalzaak hoe te handelen en neem desnoods nog
wat water mee voor verdere controle.
DISCLAIMER
Aquariumspeciaalzaken.nl
e/o vermelde specialisten zijn uitdrukkelijk jegens lezers,
opdrachtgever(s) cq koper(s) nimmer aansprakelijk voor
mogelijke directe- e/o indirecte schaden mogelijk veroorzaakt
door een door hen geleverd product (w.o. vissen, planten,
lagere-dieren, medicijnen etc.) e/o diensten e/o mondeling dan
wel schriftelijk e/o anderszins gegeven adviezen. Op natuurlijke
processen in aquaria en tuinvijvers kunnen zij geen invloed
uitoefenen. Het uiteindelijk biologisch juist functioneren van
geleverde aquaria en tuinvijvers, ook al zijn deze door hen
ingericht e/o worden door deze hen onderhouden, blijft voor
verantwoording en rekening van de opdrachtgever(s) cq koper(s).
Algemene- e/o aanvullende-verkoopvoorwaarden van de individuele
ondernemer(s) cq bedrijven zijn altijd van toepassing.
Het openen e/o downloaden van bestanden is altijd geheel voor
eigen risico.
|